Civiel recht overig
Art. 81 RO. Omgangsregeling; belangenafweging, art. 1:377a lid 3 onder d BW. Gevolgen niet-meewerken aan…
Hoge Raad, 27 april 2012
ECLI:NL:HR:2012:BV9432 · Hoge Raad · 27 april 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bv9432
Zaakgegevens
Op 27 april 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 27 april 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/03042
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. M.N.G.N.H. Brech
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BV9432
Samenvatting
Art. 81 RO. Omgangsregeling; belangenafweging, art. 1:377a lid 3 onder d BW. Gevolgen niet-meewerken aan deskundigenonderzoek, art. 198 lid 3 Rv.
Procesgang
Hoge Raad · 27 april 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BV9432
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 april 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BV9432
Uitspraak
27 april 2012
Eerste Kamer
11/03042
EV/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.N.G.N.H. Brech.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 140477/2007-3755 van de rechtbank Haarlem van 5 februari 2008;
b. de beschikkingen in de zaak 200.007.858/01 respectievelijk 200.007.858/02 van het gerechtshof te Amsterdam van 16 februari 2010 (tussen)beschikking en 5 april 2011 (eind)beschikking.
De eindbeschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de eindbeschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en A.H.T. Heisterkamp, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 april 2012.