Civiel recht overig
Art. 81 RO. Ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens door huurder veroorzaakte overlast.
Hoge Raad, 29 juni 2012
ECLI:NL:HR:2012:BV9868 · Hoge Raad · 29 juni 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bv9868
Zaakgegevens
Op 29 juni 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 juni 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/01140
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BV9868
Samenvatting
Art. 81 RO. Ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens door huurder veroorzaakte overlast.
Procesgang
Rechtbank Breda · 4 maart 2009
ECLI:NL:RBBRE:2009:BH5230Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 31 augustus 2010
ECLI:NL:GHSHE:2010:BQ2364Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Hoge Raad · 29 juni 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BV9868
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 juni 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BV9868
Uitspraak
29 juni 2012
Eerste Kamer
11/01140
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
De stichting STICHTING WONEN WEST BRABANT,
gevestigd te Bergen op Zoom,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en de Stichting.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 475959 CV EXPL 08-1009 van de kantonrechter te Breda van 16 juli 2008, 8 oktober 2008 en 4 maart 2009;
b. de arresten in de zaak HD 200.028.317 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 21 juli 2009 (tussenarrest) en 31 augustus 2010 (eindarrest).
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de Stichting is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 23 maart 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Stichting begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 29 juni 2012.