Civiel recht overig
Art. 81 RO. Echtscheiding. Alimentatie. Verzoek tot beëindiging op de voet van art. II WLA, althans tot…
Hoge Raad, 8 juni 2012
ECLI:NL:HR:2012:BV9958 · Hoge Raad · 8 juni 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bv9958
Zaakgegevens
Op 8 juni 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 juni 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/01629
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D.Th.J. van der Klei
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BV9958
Samenvatting
Art. 81 RO. Echtscheiding. Alimentatie. Verzoek tot beëindiging op de voet van art. II WLA, althans tot nihilstelling of verlaging wegens wijziging van omstandigheden op de voet van art. 1:401 BW.
Procesgang
Hoge Raad · 8 juni 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BV9958
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 juni 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BV9958
Uitspraak
8 juni 2012
Eerste Kamer
11/01629
TT/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. D.Th.J. van der Klei,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 321241 / F2 RK 08-3394 van de rechtbank Rotterdam van 20 juli 2009 (tussenbeschikking) en 9 november 2009 (eindbeschikking);
b. de beschikking in de zaak 200.056.488/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 5 januari 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de man heeft bij brief van 6 april 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 8 juni 2012.