Civiel recht overig
Art. 81 RO. Teruggeleiding achtergehouden kind, art. 12 Haags Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten…
Hoge Raad, 8 juni 2012
ECLI:NL:HR:2012:BW4002 · Hoge Raad · 8 juni 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bw4002
Zaakgegevens
Op 8 juni 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 juni 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/05548
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.J.W Alt, mr. M.M. van Asperen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BW4002
Samenvatting
Art. 81 RO. Teruggeleiding achtergehouden kind, art. 12 Haags Verdrag inzake de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen (HKOV).
Procesgang
Gerechtshof Leeuwarden · 22 november 2011
ECLI:NL:GHLEE:2011:BU6828Hoge Raad · 8 juni 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BW4002
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 juni 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BW4002
Uitspraak
8 juni 2012
Eerste Kamer
11/055482
DV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
DIRECTIE CONTROL, BEDRIJFSVOERING EN JURIDISCHE EN INTERNATIONALE ZAKEN, AFDELING JURIDISCHE EN INTERNATIONALE ZAKEN, VAN HET MINISTERIE VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE, BELAST MET DE TAAK VAN CENTRALE AUTORITEIT,
gevestigd te 's-Gravenhage,
zowel optredend voor zichzelf als voor [de vader],
wonende te [woonplaats], Texas, Verenigde Staten van Amerika,
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. M.M. van Asperen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Centrale Autoriteit.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 401435 van de rechtbank Zwolle-Lelystad, nevenzittingsplaats 's-Gravenhage, van 12 oktober 2011;
b. de beschikking in de zaak 200.096.314 van het gerechtshof te Leeuwarden van 22 november 2011.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Centrale Autoriteit heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de moeder heeft bij brief van 4 mei 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren F.B. Bakels, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 8 juni 2012.