Civiel recht overig
Art. 81 RO. Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor, art. 186 Rv., en verzoek tot herroeping, art. 382 Rv.
Hoge Raad, 10 augustus 2012
ECLI:NL:HR:2012:BW6753 · Hoge Raad · 10 augustus 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bw6753
Zaakgegevens
Op 10 augustus 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 augustus 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/02501
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.H.M. Meijroos
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BW6753
Samenvatting
Art. 81 RO. Afwijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor, art. 186 Rv., en verzoek tot herroeping, art. 382 Rv.
Procesgang
Hoge Raad · 10 augustus 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BW6753
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 augustus 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BW6753
Uitspraak
10 augustus 2012
Eerste Kamer
11/02501
EE/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. H.H.M. Meijroos,
t e g e n
1. [Verweerder 1],
2. [Verweerster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 215643/HA ZA 04-1201 van de rechtbank Rotterdam van 18 augustus 2004 en 8 februari 2006;
b. de arresten in de zaak 105.004.739/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 10 juli 2008 en 17 november 2009;
c. het arrest in de zaak 200.068.621/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 december 2010.
Het arrest van het hof van 28 december 2010 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 28 december 2010 hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] c.s. is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 8 juni 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 10 augustus 2012.