Civiel recht overig
Art. 81 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Ongevalschade. Verlies van arbeids- en verdienvermogen. Causaal verband?…
Hoge Raad, 21 september 2012
ECLI:NL:HR:2012:BX0734 · Hoge Raad · 21 september 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bx0734
Zaakgegevens
Op 21 september 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 september 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/02335
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.W Keus, mr. J. van Duijvendijk-Brand
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BX0734
Samenvatting
Art. 81 RO. Aansprakelijkheidsrecht. Ongevalschade. Verlies van arbeids- en verdienvermogen. Causaal verband? Uitleg/waardering deskundigenrapporten.
Procesgang
Hoge Raad · 21 september 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BX0734
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 september 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BX0734
Uitspraak
21 september 2012
Eerste Kamer
11/02335
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.W. Keus,
t e g e n
de verzekeringsmaatschappij Provinzial Brandkasse, kantoorhoudend te Kiel, Duitsland, welke in Nederland wettelijk wordt vertegenwoordigd door de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid NEDERLANDS BUREAU DER MOTORRIJTUIGVERZEKERAARS,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en NBM.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 264354/H 03.1036 van de rechtbank Amsterdam van 18 juni 2003 en 10 maart 2004;
b. de arresten in de zaak 106.001.596/01 (rolnummer C04/01074) van het gerechtshof te Amsterdam van 6 juli 2006, 7 augustus 2008, 26 mei 2009 en 28 december 2010.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
NBM heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor NBM mede door mr. I.C. Blomsma, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 13 juli 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van NBM begroot op € 2.428,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren J.C. van Oven, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 21 september 2012.