Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Erfenis buiten de gemeenschap? Art. 1:94 lid 1 BW.
Hoge Raad, 23 november 2012
ECLI:NL:HR:2012:BX8444 · Hoge Raad · 23 november 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-bx8444
Zaakgegevens
Op 23 november 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 november 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 12/00569
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. K Aantjes, mr. P.S. Kamminga
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BX8444
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Verdeling huwelijksgoederengemeenschap. Erfenis buiten de gemeenschap? Art. 1:94 lid 1 BW.
Procesgang
Hoge Raad · 23 november 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BX8444
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 november 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BX8444
Uitspraak
23 november 2012
Eerste Kamer
12/00569
EE/EP
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats], Duitsland,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 122213/ES RK 05-20 van de rechtbank Arnhem van 14 juli 2005;
b. de beschikkingen in de zaak 104.004.971 (rekestnummer oud 1067/2005) van het gerechtshof te Arnhem van 16 mei 2006 (tussenbeschikking I), 26 februari 2008 (tussenbeschikking II), 3 november 2009 (tussenbeschikking III) en 1 november 2011 (eindbeschikking).
De tussenbeschikkingen II en III en de eindbeschikking van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de tussenbeschikkingen II en III en de eindbeschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 23 november 2012.