Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Afwijzing verzoek straat- en contactverbod.
Hoge Raad, 21 december 2012
ECLI:NL:HR:2012:BY1066 · Hoge Raad · 21 december 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-by1066
Zaakgegevens
Op 21 december 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 december 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/05160
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.A.R Schuckink Kool, mr. H.J.W. Alt
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BY1066
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Afwijzing verzoek straat- en contactverbod.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 30 augustus 2011
ECLI:NL:GHAMS:2011:BR7120Hoge Raad · 21 december 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BY1066
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 december 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BY1066
Uitspraak
21 december 2012
Eerste Kamer
11/05160
EE/EP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [De moeder],
2. [de dochter],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als enerzijds de moeder en de dochter en anderzijds de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 295954/KG ZA 10-962 van de rechtbank Utrecht van 3 december 2010;
b. de arresten in de zaak 200.078.609 van het gerechtshof te Amsterdam van 8 februari 2011 en 30 augustus 2011.
Het arrest van 30 augustus 2011 van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van 30 augustus 2011 van het hof hebben de moeder en de dochter beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de moeder en de dochter heeft bij brief van 7 november 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de moeder en de dochter in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de man begroot op € 365,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 21 december 2012.