Civiel recht overig
Griffierecht. Niet-tijdige betaling griffierecht; ontvankelijkheid cassatieberoep; ‘hardheidsclausule’; art…
Hoge Raad, 26 oktober 2012
ECLI:NL:HR:2012:BY1360 · Hoge Raad · 26 oktober 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-by1360
Zaakgegevens
Op 26 oktober 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 oktober 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 12/03220
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. L.C. Blok
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BY1360
Samenvatting
Griffierecht. Niet-tijdige betaling griffierecht; ontvankelijkheid cassatieberoep; ‘hardheidsclausule’; art. 282a, 427b Rv.
Procesgang
Hoge Raad · 26 oktober 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BY1360
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 oktober 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BY1360
Uitspraak
26 oktober 2012
Eerste Kamer
12/03220
EE/DH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. L.C. Blok,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Immigratie- en Naturalisatiedienst),
zetelende te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekster] en de Staat.
1. Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 403402/HA RK 11-564 van de rechtbank 's-Gravenhage van 26 april 2012;
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het verzoekschrift tot cassatie is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het door verzoekster verschuldigde griffierecht is op 9 augustus 2012 door de Hoge Raad ontvangen.
Aan de advocaat van verzoekster is verzocht zich uit te laten over de vraag waarom het griffierecht niet binnen de wettelijke betalingstermijn is bijgeschreven op de rekening van de Hoge Raad en de rechtsgevolgen daarvan.
De advocaat van verzoekster heeft bij akte van 9 augustus 2012 een reactie ingediend
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoekster in haar cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.1 [Verzoekster] heeft bij verzoekschrift van 28 juni 2012 beroep in cassatie ingesteld. Ingevolge art. 3 lid 4 Wet griffierechten burgerlijke zaken had het griffierecht moeten zijn voldaan binnen vier weken na indienen van het verzoekschrift, derhalve uiterlijk op 26 juli 2012.
Het griffierecht is echter pas op 9 augustus 2012 voldaan. Dit brengt mee dat [verzoekster] op grond van het bepaalde in art. 282a lid 2 in verbinding met art. 427b Rv niet-ontvankelijk behoort te worden verklaard in haar beroep.
3.2 De advocaat van [verzoekster] heeft zich bij akte uitgelaten over de te late betaling van de griffierechten.
Hij stelt dat [verzoekster] hem had meegedeeld het griffierecht rechtstreeks te hebben voldaan en dat het bedrag alsnog is overgemaakt toen dit niet het geval bleek te zijn. Voor zover deze brief tot strekking heeft een beroep te doen op de hardheidsclausule van art. 282a lid 4 Rv, faalt dit beroep. De aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om een beroep op de hardheidsclausule te kunnen rechtvaardigen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart [verzoekster] niet-ontvankelijk in haar beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 26 oktober 2012.