Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Weigering door zorgverzekeraar om zorgovereenkomst aan te gaan met…
Hoge Raad, 21 december 2012
ECLI:NL:HR:2012:BY2641 · Hoge Raad · 21 december 2012
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2012-by2641
Zaakgegevens
Op 21 december 2012 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 december 2012
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 11/04576
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. D Rijpma, mr. K.G.W. van Oven
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2012:BY2641
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Weigering door zorgverzekeraar om zorgovereenkomst aan te gaan met zorgaanbieder; inschrijvingsvereisten; tardief overgelegde stukken.
Procesgang
Rechtbank Breda · 23 november 2010
ECLI:NL:RBBRE:2010:BX7909Hoge Raad · 21 december 2012deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2012:BY2641
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 21 december 2012
ECLI:NL:PHR:2012:BY2641
Uitspraak
21 december 2012
Eerste Kamer
11/04576
EE/EP
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
De stichting STICHTING ROSHNI/ZORG & HOOP, voorheen Stichting Ouderenzorg "Roshni",
gevestigd te 's-Gravenhage,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. D. Rijpma,
t e g e n
CZ ZORGKANTOOR B.V.,
gevestigd te Tilburg,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K.G.W. van Oven.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Roshni en CZ.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 224099/KG ZA 10-512 van de voorzieningenrechter te Breda van 23 november 2010;
b. het arrest in de zaak 200.079.674 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 16 augustus 2011.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Roshni beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
CZ heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Roshni mede door mr. E. Nijhof, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
De advocaat van Roshni heeft bij brief van 9 november 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Roshni in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van CZ begroot op € 781,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 21 december 2012.