Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Gezagsvoorziening minderjarige, internationale bevoegdheid Nederlandse rechter, Haags…
Hoge Raad, 8 februari 2013
ECLI:NL:HR:2013:BY4109 · Hoge Raad · 8 februari 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2013-by4109
Zaakgegevens
Op 8 februari 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 februari 2013
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 12/01943
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J. Groen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:BY4109
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Gezagsvoorziening minderjarige, internationale bevoegdheid Nederlandse rechter, Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 en Verordening Brussel II-bis (Verordening EG Nr. 2201/2003)
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 22 februari 2012
ECLI:NL:GHSGR:2012:BV6474Hoge Raad · 8 februari 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:BY4109
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 februari 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BY4109
Uitspraak
8 februari 2013
Eerste Kamer
12/01943
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats], Bolivia,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[De moeder],
wonende op een geheim adres,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaten: mr. J. van Duijvendijk-Brand en mr. I.C. Blomsma.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vader en de moeder.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 388221/FA RK 11-1505 van de rechtbank 's-Gravenhage van 12 mei 2011;
b. de beschikking in de zaak 200.091.483/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 22 februari 2012.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de vader heeft bij brief van 26 november 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.A. Loth en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 8 februari 2013.