Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Incassering ongedekte cheque. Tekortschieten bank in zorgplicht jegens…
Hoge Raad, 15 maart 2013
ECLI:NL:HR:2013:BY7846 · Hoge Raad · 15 maart 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2013-by7846
Zaakgegevens
Op 15 maart 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 maart 2013
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 12/01215
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P.S Kamminga, mr. R.S. Meijer
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:BY7846
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Caribische zaak. Incassering ongedekte cheque. Tekortschieten bank in zorgplicht jegens rekeninghouder? Bewijsoordeel.
Procesgang
Hoge Raad · 15 maart 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:BY7846
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 maart 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BY7846
Uitspraak
15 maart 2013
Eerste Kamer
12/01215
TT/TJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
EFRONIX N.V.,
gevestigd in Curaçao,
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
MADURO & CURIEL'S BANK N.V.,
gevestigd in Curaçao,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. R.S. Meijer.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Efronix en MCB.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak AR 2/2006 en AR 160/2006 van het gerecht in eerste aanleg van Curaçao, van 3 april 2006, 18 juni 2007 en 26 mei 2008;
b. de vonnissen in de zaak H 468/08 van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van 1 september 2009, 13 april 2010, 26 april 2011 en 6 december 2011.
De vonnissen van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de vonnissen van het hof heeft Efronix beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
MCB heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor MCB mede door mr. R.A. Woutering, advocaat te Amsterdam.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art 81 lid 1 RO.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Efronix in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van MCB begroot op € 2.489,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 15 maart 2013.