Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Vaststelling oorzakelijk verband tussen kredietopzegging door bank en faillissement van…
Hoge Raad, 22 februari 2013
ECLI:NL:HR:2013:BY8725 · Hoge Raad · 22 februari 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2013-by8725
Zaakgegevens
Op 22 februari 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 22 februari 2013
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- 12/01657
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- aanvankelijk mr. P.A Ruig, aanvankelijk mr. K.G.W van Oven
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:BY8725
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Vaststelling oorzakelijk verband tussen kredietopzegging door bank en faillissement van vennootschap.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 27 september 2011
ECLI:NL:GHAMS:2011:BX1132Hoge Raad · 22 februari 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:BY8725
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 22 februari 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BY8725
Uitspraak
22 februari 2013
Eerste Kamer
12/01657
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
Mr. Adriaan RIGTERS, in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Dental '80 B.V.,
wonende te De Bilt,
EISER tot cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. P.A. Ruig, thans mr. M.J. Schenck,
t e g e n
F. VAN LANSCHOT BANKIERS N.V., rechtsopvolgster van CenE Bankiers N.V., voorheen geheten Crediet- en Effectenbank N.V.,
gevestigd te 's-Hertogenbosch,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. K.G.W. van Oven, thans mr. F.E. Vermeulen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de curator en de bank.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 84916/HAZA 98-855 van de rechtbank te Utrecht van 2 februari 2000;
b. de arresten in de zaak 106.000.449/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 5 december 2002, 11 november 2004, 29 maart 2007, 10 april 2008, 10 november 2009 en 27 september 2011.
Het arrest van het hof van 27 september 2011 aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 27 september 2011 heeft de curator beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De bank heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de curator heeft bij brief van 25 januari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de curator in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de bank begroot op € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.A. Loth, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 22 februari 2013.