Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Beschermingsmaatregelen ten aanzien van minderjarigen met gewone verblijfplaats in Verenigd…
Hoge Raad, 12 april 2013
ECLI:NL:HR:2013:BZ1704 · Hoge Raad · 12 april 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2013-bz1704
Zaakgegevens
Op 12 april 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 april 2013
- Datum publicatie
- 8 april 2013
- Zaaknummer
- 12/03835
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:BZ1704
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Beschermingsmaatregelen ten aanzien van minderjarigen met gewone verblijfplaats in Verenigd Koninkrijk. Bevoegdheid Nederlandse rechter; spoedeisende gevallen, art. 20 Verordening Brussel II-bis in verbinding met art. 5 Rv.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 1 november 2011
ECLI:NL:GHAMS:2011:BU3990Hoge Raad · 12 april 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:BZ1704
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 april 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BZ1704
Uitspraak
12 april 2013
Eerste Kamer
12/03835
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende in het Verenigd Koninkrijk,
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaten: mr. J. Groen en
mr. E.A.M. Brouwers-Bouwman,
t e g e n
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO AMSTERDAM EN GOOI EN VECHTSTREEK,
zetelende te Amsterdam,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de ouders en de Raad.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 489744/11-1244 en 489753/11-1247 van de rechtbank Amsterdam van 6 mei 2011 en 16 mei 2011;
b. de beschikkingen in de zaak 200.092.712/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 1 november 2011 en 8 mei 2012.
De beschikking van het hof van 8 mei 2012 is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen laatstgemelde beschikking van het hof hebben de ouders beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Raad heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaten van de ouders hebben bij brief van 1 maart 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 april 2013.