Civiel recht overig

Art. 80a lid 1 RO. Vordering uit hoofde van door verzekeringnemer (onvoldoende) betwiste verzekeringsovereenkomst.

Hoge Raad, 12 april 2013

Zaakgegevens

Op 12 april 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 april 2013
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
12/05516
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. J.W. Bogaardt
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BZ2905
E-mail

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. Vordering uit hoofde van door verzekeringnemer (onvoldoende) betwiste verzekeringsovereenkomst.

Procesgang

  1. Hoge Raad · 12 april 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BZ2905

  2. Conclusie A-G · 12 april 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BZ2905

Uitspraak

12 april 2013

Eerste Kamer

12/05516

RM/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

[Eiseres],

wonende te [woonplaats],

EISERES tot cassatie,

advocaat: mr. J.W. Bogaardt,

t e g e n

ZILVEREN KRUIS ACHMEA ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Utrecht,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en Zilveren Kruis.

1. Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis in de zaak 1299064/CV EXPL 11-68694 van de kantonrechter te Rotterdam van 24 augustus 2012.

Het vonnis van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Tegen Zilveren Kruis is verstek verleend.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO.

De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 8 maart 2013 op dit standpunt gereageerd.

3. Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3).

De Hoge Raad zal daarom - gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal - het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Zilveren Kruis begroot op nihil.

Dit arrest is gewezen door de vice-president F.B. Bakels als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 april 2013.