Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Verzekering binnenvaartschip, weigering uitkering, schade verband houdende met…

Hoge Raad, 7 juni 2013

Zaakgegevens

Op 7 juni 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 juni 2013
Datum publicatie
8 april 2013
Zaaknummer
12/01653
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. M.W. Scheltema
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:BZ5359
E-mail

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Verzekering binnenvaartschip, weigering uitkering, schade verband houdende met niet-naleving veiligheidsvoorschriften Reglement Cascoverzekering Binnenvaart.

Procesgang

  1. Rechtbank Rotterdam · 8 oktober 2008

    ECLI:NL:RBROT:2008:BG3804
  2. Gerechtshof 's-Gravenhage · 20 december 2011

    ECLI:NL:GHSGR:2011:BV6293

    Bekrachtiging/bevestiging

  3. Hoge Raad · 7 juni 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:BZ5359

    Bekrachtiging/bevestiging

  4. Conclusie A-G · 7 juni 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:BZ5359

Uitspraak

7 juni 2013

Eerste Kamer

12/01653

EE/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [Eiseres 1],

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. COÖPERATIEVE RABOBANK MERWESTROOM U.A.,

gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,

EISERESSEN tot cassatie, verweersters in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaat: mr. M.W. Scheltema,

t e g e n

SCHEPEN ONDERLINGE NEDERLAND U.A.,

gevestigd te Groningen,

VERWEERSTER in cassatie, eiseres in het voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep,

advocaten: mr. R.S. Meijer en mr. P.A. Fruytier.

Eiseressen tot cassatie zullen hierna worden aangeduid als [eiseres] c.s. Verweerster in cassatie zal hierna worden aangeduid als SON.

1. Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaak 278925/HA ZA 07-503 van de rechtbank Rotterdam van 8 oktober 2008 en 26 mei 2010;

b. het arrest in de zaak 200.070.200/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 20 december 2011.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2. Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [eiseres] c.s. beroep in cassatie ingesteld. SON heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld. De cassatiedagvaarding en de conclusie van antwoord tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

Partijen hebben over en weer geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.

De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het principale beroep.

De advocaat van [eiseres] c.s. heeft bij brief van 28 maart 2013 op die conclusie gereageerd.

3. Beoordeling van het middel in het principale beroep

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

Nu het middel in het principale beroep faalt, komt het voorwaardelijk ingestelde incidentele beroep niet aan de orde.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

verwerpt het principale beroep;

veroordeelt [eiseres] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van SON begroot op € 6.118,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. de Groot en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 7 juni 2013.