Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Vordering tot ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden; art…
Hoge Raad, 5 april 2013
ECLI:NL:HR:2013:BZ6331 · Hoge Raad · 5 april 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2013-bz6331
Zaakgegevens
Op 5 april 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 april 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 12/00261
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J.P Heering, mr. R.K. van der Brugge
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:BZ6331
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Overeenkomstenrecht. Vordering tot ontbinding op grond van onvoorziene omstandigheden; art. 6:258 BW. Beroep op beperkende werking redelijkheid en billijkheid; art. 6:248 lid 2 BW.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 januari 2010
ECLI:NL:GHSHE:2010:5347Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 15 november 2011
ECLI:NL:GHSHE:2011:7250Hoge Raad · 5 april 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:BZ6331
Overig
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 april 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BZ6331Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 22 april 2014
ECLI:NL:GHSHE:2014:1140
Uitspraak
5 april 2013
Eerste Kamer
12/00261
RM/LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
WOONSTICHTING LEYSTROMEN (voorheen geheten WOONSTICHTING LEYAKKERS),
gevestigd te Rijen,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Leyakkers en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 195896/HA ZA 08-1820 van de rechtbank Breda van 22 april 2009 en 12 augustus 2009;
b. de arresten in de zaak HD 200.044.672 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 26 januari 2010 en 15 november 2011.
Het arrest van het hof van 15 november 2011 is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen laatstgenoemd arrest van het hof heeft Leyakkers beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Leyakkers mede door mr. L. van den Eshof, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van Leyakkers heeft bij brief van 1 februari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Leyakkers in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 365,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.A. Streefkerk, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. De Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 5 april 2013.