Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Internationale kinderontvoering; art. 3 Haags Kinderontvoeringsverdrag. Verzoek tot…
Hoge Raad, 5 april 2013
ECLI:NL:HR:2013:BZ6365 · Hoge Raad · 5 april 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2013-bz6365
Zaakgegevens
Op 5 april 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 april 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 12/04490
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J Groen, mr. J. den Hoed
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:BZ6365
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Internationale kinderontvoering; art. 3 Haags Kinderontvoeringsverdrag. Verzoek tot teruggeleiding minderjarigen.
Procesgang
Rechtbank 's-Gravenhage · 20 juli 2012
ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3679Gerechtshof 's-Gravenhage · 29 augustus 2012
ECLI:NL:GHSGR:2012:BX8436Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Hoge Raad · 5 april 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:BZ6365
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 april 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BZ6365
Uitspraak
5 april 2013
Eerste Kamer
12/04490
LZ
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats], Duitsland,
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
1. RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
gevestigd te Groningen,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen,
2. STICHTING BUREAU JEUGDZORG,
gevestigd te Groningen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de ouders en Bureau Jeugdzorg.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 421543/FA RK 12-4503 van de rechtbank 's-Gravenhage van 20 juli 2012;
b. de beschikking in de zaak 200.110.550/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 29 augustus 2012.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben de ouders beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Bureau Jeugdzorg heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 lid 1 RO.
De advocaten van de ouders hebben bij brief van 26 februari 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. de Groot, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 5 april 2013.