Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Nietigverklaring huwelijk op verzoek van Openbaar Ministerie; echtgenoot niet te goeder…
Hoge Raad, 26 april 2013
ECLI:NL:HR:2013:BZ8782 · Hoge Raad · 26 april 2013
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2013-bz8782
Zaakgegevens
Op 26 april 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 april 2013
- Datum publicatie
- 22 juni 2013
- Zaaknummer
- 12/03276
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.H.M Meijroos, mr. P.S. Kamminga
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2013:BZ8782
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Nietigverklaring huwelijk op verzoek van Openbaar Ministerie; echtgenoot niet te goeder trouw, art. 1:77 BW.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem · 5 april 2012
ECLI:NL:GHARN:2012:BW6572Hoge Raad · 26 april 2013deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2013:BZ8782
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 april 2013
ECLI:NL:PHR:2013:BZ8782
Uitspraak
26 april 2013
Eerste Kamer
12/03276
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H.H.M. Meijroos,
t e g e n
1. HET OPENBAAR MINISTERIE,
zetelende te Arnhem,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen,
2. [De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man, het OM en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 263920/FA RK 09-1391 van de rechtbank Utrecht van 13 mei 2009, 28 oktober 2009, 24 maart 2010, 24 november 2010 en 13 april 2011;
b. de beschikking in de zaak 200.090.621 van het gerechtshof te Amsterdam van 26 juli 2011;
c. de beschikking in de zaak 200.090.621 van het gerechtshof te Arnhem van 5 april 2012.
De beschikking van 5 april 2012 van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van 5 april 2012 van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het OM heeft geen verweerschrift ingediend.
De vrouw heeft verzocht de man in het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren dan wel het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de man heeft bij brief van 1 maart 2013 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 26 april 2013.