Civiel recht overig

Art. 80a lid 1 RO. Bopz. Machtiging voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis. Ontslagverzoek op de…

Hoge Raad, 12 juli 2013

Zaakgegevens

Op 12 juli 2013 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 juli 2013
Datum publicatie
22 juni 2013
Zaaknummer
13/01967
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. S. Spans.
ECLI
ECLI:NL:HR:2013:CA3737
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. Bopz. Machtiging voortgezet verblijf in psychiatrisch ziekenhuis. Ontslagverzoek op de voet van art. 49 lid 5 Wet Bopz.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 31 mei 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:CA3737
  2. Hoge Raad · 12 juli 2013deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2013:CA3737

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

12 juli 2013

Eerste Kamer

nr. 13/01967

EE/LZ

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[betrokkene],
thans verblijvende in de Dr. Henri van de Hoevenkliniek te Utrecht,

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. S. Spans.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als betrokkene.

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 332448/FA RK 12-6721 van de rechtbank Utrecht van 29 november 2012.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Hij heeft voorts hetzelfde rekest als ‘herzieningsverzoek’ ingediend.
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeken.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3-5).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadheren A.M.J. van Buchem-Spapens en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.A. Loth op 12 juli 2013.