Civiel recht overig

Art. 80a lid 1 RO. Beroep door betrokkene bij civiele rechter tegen door gemeente gepleegde aanvulling van…

Hoge Raad, 7 februari 2014

Zaakgegevens

Op 7 februari 2014 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 februari 2014
Datum publicatie
6 februari 2014
Zaaknummer
13/05527
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. J.I. van Vlijmen
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:264
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. Beroep door betrokkene bij civiele rechter tegen door gemeente gepleegde aanvulling van persoonslijst van inwoner.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 13 december 2013

    ECLI:NL:PHR:2013:2376
  2. Uitspraak · 2013

    ECLI:NL:GHAMS:2013:3481
  3. Hoge Raad · 7 februari 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:264

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

7 februari 2014

Eerste Kamer

nr. 13/05527

LZ/NH

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[verzoeker],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. J.I. van Vlijmen,

t e g e n

HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE PUBLIEKRECHTELIJKE RECHTSPERSOON GEMEENTE CASTRICUM,
gevestigd te Castricum,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] en de Gemeente.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak 132728/HA RK 11-118 van de rechtbank Alkmaar van 23 februari 2012;

b. de beschikking in de zaak 200.105.608/01 van het gerechtshof Amsterdam van 13 augustus 2013.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker in zijn beroep op de in art. 80a lid 1 RO vermelde grond.

De advocaat van [verzoeker] heeft bij brief van 24 december 2013 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3-10).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 7 februari 2014.