Civiel recht overig

Art 80 a lid 1 RO. WSNP. Afwijzing toelatingsverzoek.

Hoge Raad, 24 april 2015

Zaakgegevens

Op 24 april 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 april 2015
Datum publicatie
23 april 2015
Zaaknummer
15/00048
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. M.A.R. Schuckink Kool.
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:1138
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art 80 a lid 1 RO. WSNP. Afwijzing toelatingsverzoek.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHSHE:2014:5806
  2. Conclusie A-G · 6 maart 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:417
  3. Hoge Raad · 24 april 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:1138

    Niet ontvankelijk · Conclusie gevolgd

Uitspraak

24 april 2015

Eerste Kamer

15/00048

EE/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [verzoeker 1],

2. [verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool.

Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. het vonnis in de zaak met rekestnummer C/01/279172/FT RK 14/842 en 279173/FT-RK 14/843 van de rechtbank Oost-Brabant van 12 november 2014;

b. het arrest in de zaak HV 200.160.061/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 30 december 2014.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring op grond van art. 80a lid 1 RO.

De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 18 maart 2015 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 5).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 24 april 2015.