Civiel recht overig

Art. 80a lid 1 RO. Geen cassatieberoep tegen beslissing op wrakingsverzoek bestuursrechter, art. 8:18 lid 5 Awb.

Hoge Raad, 26 juni 2015

Zaakgegevens

Op 26 juni 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
26 juni 2015
Datum publicatie
25 juni 2015
Zaaknummer
15/02111
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:1731
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. Geen cassatieberoep tegen beslissing op wrakingsverzoek bestuursrechter, art. 8:18 lid 5 Awb.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 22 mei 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:961
  2. Hoge Raad · 26 juni 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:1731

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

26 juni 2015

Eerste Kamer

15/02111

EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[verzoeker],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie.

Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].

1 Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beslissing in de zaak C/15/581293 HA RK 41.2015 van de rechtbank Amsterdam van 20 februari 2015.

De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep met toepassing van art. 80a RO.

[verzoeker] heeft bij brief van 4 juni 2015 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal onder 3 - 5).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 26 juni 2015.