Civiel recht overig

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Toelating. Goede trouw, art. 288 lid 1 onder b Fw. Hardheidsclausule, art. 288 lid 3 Fw.

Hoge Raad, 11 december 2015

Zaakgegevens

Op 11 december 2015 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 december 2015
Datum publicatie
10 december 2015
Zaaknummer
15/04547
Procedure
Cassatie
Advocaat
mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:3561
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 80a lid 1 RO. WSNP. Toelating. Goede trouw, art. 288 lid 1 onder b Fw. Hardheidsclausule, art. 288 lid 3 Fw.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 29 september 2015

    ECLI:NL:GHDHA:2015:3424
  2. Conclusie A-G · 30 oktober 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:2224
  3. Hoge Raad · 11 december 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:3561

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

11 december 2015

Eerste Kamer

15/04547

EV/TT

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

in de zaak van:

1. [verzoekster 1] ,
wonende te [woonplaats] ,

2. [verzoeker 2] ,
wonende te [woonplaats] ,

VERZOEKERS tot cassatie,

advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.

Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoekers]

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de vonnissen in de zaken C/10/474462/FT EA 15/1018 en C/10/474461/FT EA 15/1017 van de rechtbank Rotterdam van 16 juli 2015;

b. het arrest in de zaak 200.173.852/01 van het gerechtshof Den Haag van 29 september 2015.

Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof hebben [verzoekers] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Het standpunt van de Procureur-Generaal strekt tot toepassing van art. 80a lid 1 RO.

De advocaat van [verzoekers] heeft bij brief van 10 november 2015 op dit standpunt gereageerd.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden (zie het standpunt van de Procureur-Generaal 3 en 4).

De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a lid 1 RO en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.

Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 11 december 2015.