Civiel recht overig

Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat…

Hoge Raad, 10 juni 2016

Zaakgegevens

Op 10 juni 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 juni 2016
Datum publicatie
10 juni 2016
Zaaknummer
16/01088
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:1170
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Cassatieprocesrecht. Art. 426a lid 1 Rv. Niet-ontvankelijkheid. Verzoekschrift niet ondertekend door advocaat bij de Hoge Raad.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 17 november 2015

    ECLI:NL:GHAMS:2015:4796
  2. Conclusie A-G · 18 maart 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:172
  3. Hoge Raad · 10 juni 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:1170

    Conclusie gevolgd · Niet ontvankelijk

Uitspraak

10 juni 2016

Eerste Kamer

16/01088

EE

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[de moeder],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

t e g e n

RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING,
zetelende te Amsterdam,

VERWEERSTER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de Raad.

1 Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:

a. de beschikking in de zaak C/13/561661 FA RK 14-2039 van de rechtbank Amsterdam van 25 februari 2015;

b. de beschikking in de zaak 200.170.369/01 van het gerechtshof Amsterdam van 17 november 2015.

De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.

2 Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van het hof heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Raad heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de moeder in haar cassatieberoep.

3 Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Het op 17 februari 2016 ingekomen verzoekschrift voldoet niet aan de eisen van art. 426a lid 1 Rv, omdat het niet is ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Dit verzuim kan worden hersteld door hetzelfde verzoekschrift binnen twee weken na binnenkomst ter griffie van de Hoge Raad opnieuw in te dienen, maar nu ondertekend door een advocaat bij de Hoge Raad. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat de moeder in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

4 Beslissing

De Hoge Raad verklaart de moeder niet-ontvankelijk in haar beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 10 juni 2016.