Civiel recht overig
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Ouderlijke boedelverdeling, art. 4:1167 (oud) BW. Verdeling; betekenis aangifte…
Hoge Raad, 30 september 2016
ECLI:NL:HR:2016:2223 · Hoge Raad · 30 september 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2016-2223
Zaakgegevens
Op 30 september 2016 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 september 2016
- Datum publicatie
- 29 september 2016
- Zaaknummer
- 15/01999
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. N.C van Steijn, mr. M.J. van Basten Batenburg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2016:2223
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 81 lid 1 RO. Erfrecht. Ouderlijke boedelverdeling, art. 4:1167 (oud) BW. Verdeling; betekenis aangifte successierechten voor waardebepaling. Verzoekschriftprocedure of dagvaardingsprocedure? Art. 4:15 BW, overgangsrecht en wisselbepaling, art. 69 Rv.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 21 augustus 2012
ECLI:NL:GHSGR:2012:BY2203Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 juni 2016
ECLI:NL:PHR:2016:522Hoge Raad · 30 september 2016deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2016:2223
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
30 september 2016
Eerste Kamer
15/01999
LZ/JS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
t e g e n
1. [verweerder 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verweerster 2],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. M.J. van Basten Batenburg.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder] c.s.
1 Het geding in feitelijke instantie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 969049\CV EXPL 09-9285 van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 8 april 2011;
b. de arresten in de zaak 200.090.086/01 van het gerechtshof Den Haag van 21 augustus 2012, 4 juni 2013 en 30 december 2014.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen de arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] c.s. toegelicht door hun advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar cassatieberoep voor zover dat is gericht tegen het arrest van het hof Den Haag van 4 juni 2013 en voor het overige tot verwerping van het beroep.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op 30 september 2016.