Civiel recht overig
Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Art. 399 Rv. Klacht over verzuim te beslissen over een onderdeel…
Hoge Raad, 21 december 2018
ECLI:NL:HR:2018:2369 · Hoge Raad · 21 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2018-2369
Zaakgegevens
Op 21 december 2018 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 21 december 2018
- Datum publicatie
- 20 december 2018
- Zaaknummer
- 17/05764
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. F.I. van Dorsser
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:2369
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Cassatieprocesrecht. Niet-ontvankelijkheid. Art. 399 Rv. Klacht over verzuim te beslissen over een onderdeel van het gevorderde. Mogelijkheid voor partijen om rechter te verzoeken zijn uitspraak aan te vullen; art. 32 Rv. (Vgl. HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:38.)
Procesgang
Uitspraak · 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:8018Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 oktober 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1115Hoge Raad · 21 december 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:2369
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
21 december 2018
Eerste Kamer
17/05764
TT/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [eiseres 1] ,
gevestigd te [vestigingsplaats]
[vestigingsplaats] ,
2. [eiser 2] ,
wonende te [woonplaats]
[woonplaats] ,
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. F.I. van Dorsser,
t e g e n
[verweerster] ,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Eiseres onder 1 zal hierna worden aangeduid als [eiseres 1] en verweerster als [verweerster] . Eisers worden gezamenlijk aangeduid als [eisers]
1 Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak 236310/HA ZA 12-802 van de rechtbank Oost-Nederland van 23 januari 2013 en van de rechtbank Gelderland van 8 januari 2014 en 30 april 2014;
b. de arresten in de zaak 200.152.614 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 27 januari 2015, 6 december 2016, 18 april 2017 en 12 september 2017.
Het arrest van het hof van 12 september 2017 is aan dit arrest gehecht.
2 Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 12 september 2017 hebben [eisers] beroep in cassatie ingesteld.
De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
In cassatie kan worden uitgegaan van de feiten vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 1.1. Samengevat gaat het om het volgende.
[verweerster] heeft een landgoed verkocht en geleverd aan [eiseres 1] In verband daarmee hebben [verweerster] enerzijds en [eisers] anderzijds een “overeenkomst van schuldbekentenis en hypotheekstelling” gesloten.
Tussen partijen is onenigheid ontstaan over, kort gezegd, (i) een aan [eisers] onbekende erfdienstbaarheid, (ii) de verplichting van [verweerster] om het landgoed in te richten en te beplanten, (iii) bodemverontreiniging, en (iv) overdrachtsbelasting.
Het hof heeft in zijn tussenarrest onder 1.4 de subsidiaire vorderingen van [eisers] aldus samengevat: veroordeling van [verweerster] tot het betalen van schadevergoeding, wijziging van de overeenkomst van schuldbekentenis en hypotheekstelling, en veroordeling van [verweerster] tot het betalen van een voorschot op de schadevergoeding.
Het hof heeft de vorderingen ter zake van bodemverontreiniging en overdrachtsbelasting afgewezen. Het heeft in zijn eindarrest [verweerster] ter zake van de erfdienstbaarheid veroordeeld tot schadevergoeding, op te maken bij staat, en ter zake van de inrichting en beplanting tot betaling van een bedrag van € 81.439,33. Het heeft het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het middel klaagt dat het hof heeft verzuimd te beslissen op de vordering tot wijziging van de overeenkomst van schuldbekentenis en hypotheekstelling en op de vordering tot het betalen van een voorschot op de schadevergoeding.
Indien de rechter heeft verzuimd te beslissen over een onderdeel van het gevorderde of verzochte, biedt art. 32 Rv partijen de mogelijkheid de rechter te verzoeken zijn uitspraak aan te vullen. Ingevolge art. 399 Rv staat beroep in cassatie niet open voor hem die zijn bezwaren kan doen herstellen door dezelfde rechter bij wie de zaak heeft gediend. Voor niet-ontvankelijkheid op grond van art. 399 Rv bestaat geen aanleiding in het geval dat weliswaar een verzoek als bedoeld in art. 32 Rv kan worden ingediend, maar in cassatie ook andere klachten aan de orde zijn gesteld (HR 28 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:38, rov. 5.2). Dit laatste doet zich in het onderhavige geval echter niet voor.
Het hiervoor in 3.3.2 overwogene voert tot de slotsom dat [eisers] niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun cassatieberoep.
4 Beslissing
De Hoge Raad verklaart [eisers] niet-ontvankelijk in hun beroep;
veroordeelt [eisers] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en H.M. Wattendorff, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 21 december 2018.