Civiel recht overig
Wvggz. Zorgmachtiging. Kan machtiging worden verleend als bevindingen geneesheer-directeur (art. 5:15 lid 2…
Hoge Raad, 7 oktober 2022
ECLI:NL:HR:2022:1399 · Hoge Raad · 7 oktober 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/cassatie/ecli-nl-hr-2022-1399
Zaakgegevens
Op 7 oktober 2022 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2022
- Datum publicatie
- 6 oktober 2022
- Zaaknummer
- 22/01935
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- G.E.M. Later
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1399
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Wvggz. Zorgmachtiging. Kan machtiging worden verleend als bevindingen geneesheer-directeur (art. 5:15 lid 2 Wvggz) ontbreken?
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 26 augustus 2022
ECLI:NL:PHR:2022:818Hoge Raad · 7 oktober 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1399
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 22/01935
Datum 7 oktober 2022
BESCHIKKING
In de zaak van
[betrokkene],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
hierna: betrokkene,
advocaat: G.E.M. Later,
tegen
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM,
VERWEERDER in cassatie,
hierna: de officier van justitie,
niet verschenen.
1. Procesverloop
Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 713679 / FA RK 22-840 van de rechtbank Amsterdam van 25 februari 2022.
Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan deze beschikking gehecht.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot vernietiging van de beschikking van 25 februari 2022 van de rechtbank Amsterdam en tot terugwijzing naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.
2 Uitgangspunten en feiten
In deze uitspraak is aan de orde of het verzoek om een zorgmachtiging kan worden toegewezen als de bevindingen van de geneesheer-directeur, bedoeld in art. 5:15 lid 2 Wvggz, ontbreken.
Ten aanzien van betrokkene is een zorgmachtiging verleend tot en met 23 maart 2022. De officier van justitie heeft verzocht een aansluitende zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden. In het verzoekschrift van de officier van justitie staat onder meer het volgende:
“De officier van justitie heeft op 21 december 2021 [de geneesheer-directeur] aangewezen.
Van deze geneesheer-directeur zijn op 7 februari 2022 bevindingen (…) ontvangen (bijlage: Bevindingen GHD) (…).”
Er zijn geen bevindingen van de geneesheer-directeur overgelegd.
De rechtbank heeft een zorgmachtiging verleend voor de in het dictum vermelde vormen van verplichte zorg tot en met 25 februari 2023. De rechtbank heeft daartoe, voor zover in cassatie van belang, het volgende overwogen:
“Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg die zijn gebaseerd op het zorgplan, het advies van de geneesheer-directeur en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk: (…)”
3 Beoordeling van het middel
Onderdeel I van het middel klaagt dat de rechtbank ten onrechte een zorgmachtiging heeft verleend, omdat de bevindingen van de geneesheer-directeur als bedoeld in art. 5:15 lid 2 Wvggz ontbreken in de processtukken.
De geneesheer-directeur beoordeelt of het zorgplan voldoet aan de uitgangspunten van art. 2:1 Wvggz en draagt daarna zijn bevindingen over aan de officier van justitie (art. 5:15 Wvggz).
Art. 5:17 lid 3 Wvggz bepaalt dat de officier van justitie bij het verzoekschrift in elk geval de onder a-g genoemde stukken voegt, waaronder (onder e) de bevindingen van de geneesheer-directeur, bedoeld in artikel 5:15 Wvggz.
Uit de wetsgeschiedenis volgt dat het voorbereiden van een zorgmachtiging nauw overleg vraagt tussen de officier van justitie en de geneesheer-directeur, omdat de geneesheer-directeur het zorginhoudelijke deel van de zorgmachtiging voorbereidt en de officier van justitie het verzoekschrift opstelt en indient. Gezamenlijk dragen zij er zorg voor dat de rechter beschikt over een volledig dossier, waarin alle relevante informatie, waaronder de zorginhoudelijke, is gebundeld ten behoeve van de rechterlijke toets. Uitgangspunt is daarbij dat de officier van justitie zorg draagt voor een zo volledig mogelijk verzoekschrift waarmee de rechter op basis van een zo breed mogelijk beeld van de betrokkene een beslissing kan nemen.
Gelet op het voorgaande volgt uit het wettelijk stelsel dat de rechter geen zorgmachtiging kan verlenen als de bevindingen van de geneesheer-directeur ontbreken. Het onderdeel slaagt dan ook.
Onderdeel II behoeft geen behandeling.
4 Beslissing
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 25 februari 2022;
- wijst het geding terug naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, H.M. Wattendorff en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 7 oktober 2022.