Civiel recht overig

Niet-ontvankelijkheid in cassatie. Cassatieberoep niet tijdig ingesteld door indiening langs elektronische…

Hoge Raad, 27 september 2024

Zaakgegevens

Op 27 september 2024 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 september 2024
Datum publicatie
26 september 2024
Zaaknummer
24/01071
Procedure
Cassatie
ECLI
ECLI:NL:HR:2024:1307
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Niet-ontvankelijkheid in cassatie. Cassatieberoep niet tijdig ingesteld door indiening langs elektronische weg van een door een cassatieadvocaat ondertekende procesinleiding (art. 397 lid 1 Rv, art. 402 lid 1 Rv en art. 407 lid 1 Rv). Geen herstel verzuim binnen hersteltermijn.

Procesgang

  1. Rechtbank Den Haag · 30 juni 2021

    ECLI:NL:RBDHA:2021:6665
  2. Gerechtshof Den Haag · 2 mei 2023

    ECLI:NL:GHDHA:2023:800
  3. Conclusie A-G · 2 augustus 2024

    ECLI:NL:PHR:2024:865
  4. Hoge Raad · 27 september 2024deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2024:1307

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 24/01071

Datum 27 september 2024

ARREST

In de zaak van

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

VERZOEKSTER tot cassatie,

hierna: verzoekster,

tegen

DE ONTVANGER VAN DE BELASTINGDIENST/KANTOOR DEN HAAG,

gevestigd te Den Haag,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de Ontvanger.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/09/578595/HA ZA 19-865 van de rechtbank Den Haag van 30 juni 2021;

b. het arrest in de zaak 200.303.956/01 van het gerechtshof Den Haag van 2 mei 2023.

Verzoekster heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal M.H. Wissink strekt tot niet-ontvankelijkheid van verzoekster in haar cassatieberoep.

Verzoekster heeft niet binnen twee weken op die conclusie gereageerd. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om verzoekster daartoe alsnog in de gelegenheid te stellen.

2 Beoordeling van de ontvankelijkheid

Verzoekster is niet ontvankelijk in haar beroep op de gronden vermeld in de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal onder 3.1-3.9.

3 Beslissing

De Hoge Raad verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar beroep.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op 27 september 2024.