Civiel recht overig

Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Handelt Zorginstituut onrechtmatig bij totstandkoming van nader standpunt over…

Hoge Raad, 19 juni 2026

Zaakgegevens

Op 19 juni 2026 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 juni 2026
Datum publicatie
18 juni 2026
Zaaknummer
25/03403
Procedure
Cassatie
Advocaat
T van Malssen, S.M. Kingma
ECLI
ECLI:NL:HR:2026:969
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Kort geding. Handelt Zorginstituut onrechtmatig bij totstandkoming van nader standpunt over interdisciplinaire medisch-specialistische revalidatie bij chronische pijn? Stand van wetenschap en praktijk.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 2 september 2025

    ECLI:NL:GHAMS:2025:2324
  2. Conclusie A-G · 10 april 2026

    ECLI:NL:PHR:2026:385
  3. Hoge Raad · 19 juni 2026deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2026:969

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 25/03403

Datum 19 juni 2026

ARREST

In de zaak van

1. MEDINELLO REVALIDATIE ZORG B.V.,

gevestigd te Amersfoort,

2. TOPZORGGROEP REVALIDATIE B.V.,

gevestigd te Goes,

EISERESSEN tot cassatie,

hierna: TZG c.s.,

advocaat: T. van Malssen,

tegen

ZORGINSTITUUT NEDERLAND,

gevestigd te Diemen,

VERWEERSTER in cassatie,

hierna: het Zorginstituut,

advocaat: S.M. Kingma.

1 Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:

a. het vonnis in de zaak C/13/764325 / KG ZA 25-103 EAM/MAH van de rechtbank Amsterdam van 2 april 2025;

b. het arrest in de zaak 200.354.124/01 SKG van het gerechtshof Amsterdam van 2 september 2025.

TZG c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.

Het Zorginstituut heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.

De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. TZG c.s. hebben bij de repliek bijlagen gevoegd. Deze behoorden niet tot de gedingstukken in feitelijke instanties (zie ook de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5.3). De Hoge Raad zal daarom op deze bijlagen geen acht slaan.

De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van TZG c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad:

- verwerpt het beroep;

- veroordeelt TZG c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van het Zorginstituut begroot op € 905,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien TZG c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.

Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, S.J. Schaafsma en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.R. Salomons op 19 juni 2026.