Civiel recht overig
Gedeeltelijk ontslag en herplaatsing van een rechter in verband met gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
Hoge Raad, 30 oktober 2020
ECLI:NL:HR:2020:1723 · Hoge Raad · 30 oktober 2020
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/civiel-recht-overig/raadkamer/ecli-nl-hr-2020-1723
Zaakgegevens
Op 30 oktober 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 oktober 2020
- Datum publicatie
- 2 november 2020
- Zaaknummer
- 20/03392
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- RaadkamerRaadkamerEen zitting die niet openbaar is, bijvoorbeeld over voorlopige hechtenis of een klacht over niet-vervolging.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2020:1723
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Gedeeltelijk ontslag en herplaatsing van een rechter in verband met gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 6 oktober 2020
ECLI:NL:PHR:2020:1029Hoge Raad · 30 oktober 2020deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2020:1723
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
VIERDE KAMER
Nummer 20/03392
Datum 30 oktober 2020
ARREST
op een vordering, als bedoeld in artikel 46o van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden van 6 oktober 2020, tot herplaatsing en deeltijdontslag als rechterlijk ambtenaar van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboorteplaats] 1963, wonende te [woonplaats] ,
hierna: de betrokkene.
1 De vordering van de Procureur-Generaal
De Procureur-Generaal heeft op 6 oktober 2020 schriftelijk gevorderd dat de Hoge Raad de betrokkene op de voet van artikel 46k, lid 1 en lid 5, Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (hierna: Wrra) zal herplaatsen in zijn ambt van rechter in de [rechtbank] voor 20 uur en zal ontslaan voor 8,8 uur, beide met ingang van 1 januari 2021.
Bij de vordering heeft de Procureur-Generaal de volgende stukken overgelegd:
a. de brief van de president van de [rechtbank] (hierna ook: de rechtbank) van 19 februari 2020, aan de Procureur-Generaal, houdende een verzoek tot vordering van herplaatsing en gedeeltelijk ontslag van de betrokkene, met als bijlagen een Functie Mogelijkheden Lijst (FML) van 15 januari 2019 en de Rapportage Arbeidsdeskundig onderzoek van 24 april 2019;
b. de e-mailwisseling tussen de Procureur-Generaal en de rechtbank, met als bijlagen de beslissing van het UWV van 6 januari 2020 en een afschrift van het Koninklijk Besluit van benoeming van 27 februari 2013;
c. de brief van de Procureur-Generaal van 10 september 2020 aan de betrokkene, waarbij hij in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen op het al dan niet instellen van een vordering bij de Hoge Raad;
d. de brief van de betrokkene van 18 september 2020 waarin hij aangeeft geen gebruik te maken van de mogelijkheid om te worden gehoord.
2 De raadkamer
Op 26 oktober 2020 is door de Hoge Raad in raadkamer het onderzoek, als bedoeld in artikel 46p, lid 1, Wrra, ingesteld.
De betrokkene en de president van de rechtbank zijn bij brief van 7 oktober 2020 in kennis gesteld van het tijdstip waarop de Hoge Raad het onderzoek in raadkamer zou instellen. Daarbij is te kennen gegeven dat hun aanwezigheid in raadkamer niet nodig is. Geen van beiden heeft de wens geuit om gehoord te worden.
De Procureur-Generaal heeft de vordering in raadkamer mondeling toegelicht.
3 Beoordeling
De betrokkene is rechter in de [rechtbank] en derhalve een voor het leven benoemd rechterlijk ambtenaar als bedoeld in artikel 46b Wrra. Zijn werktijd is vastgesteld op 28,8 uur per week.
Artikel 46k, lid 1 en lid 5, Wrra bepaalt dat aan de rechterlijk ambtenaar, die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, door de Hoge Raad een ander ambt of andere functie kan worden opgedragen, indien sprake is van passende arbeid. Indien een ambt wordt opgedragen voor minder uren dan het aantal uren dat hij zijn oorspronkelijke ambt gemiddeld per week vervulde, wordt hij door de Hoge Raad tevens ontslagen voor het meerdere aantal uren.
Gelet op de door de Procureur-Generaal overgelegde stukken, waaronder met name het rapport van het arbeidskundig onderzoek, en het in raadkamer ingestelde onderzoek, is de Hoge Raad van oordeel dat er voldoende gronden aanwezig zijn om aan te nemen dat voor de betrokkene 20 uur als de maximaal haalbare werktijd beschouwd dient te worden en dat deze uren door herplaatsing in het ambt van rechter kunnen worden ingevuld. Dit leidt vervolgens tot de conclusie dat de betrokkene voor de overige 8,8 uur van zijn werktijd voor ontslag als rechterlijk ambtenaar in aanmerking komt.
4 Beslissing
De Hoge Raad herplaatst [betrokkene] , in zijn ambt van rechter in de [rechtbank] voor 20 uur en ontslaat hem voor 8,8 uur, beide met ingang van 1 januari 2021.
Dit arrest is gewezen door de president M.W.C. Feteris als voorzitter, vice-president V. van den Brink, en de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, A.L.J. van Strien en F.J.P. Lock, in bijzijn van de griffier J. Storm, en is in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2020.