Personen- en familierecht
Hoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad, 19 oktober 2001
ECLI:NL:HR:2001:AD4690 · Hoge Raad · 19 oktober 2001
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2001-ad4690
Zaakgegevens
Op 19 oktober 2001 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 oktober 2001
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R00/168HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E.S Florijn, mr. K Baetsen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2001:AD4690
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 19 oktober 2001deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2001:AD4690
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 oktober 2001
ECLI:NL:PHR:2001:AD4690
Uitspraak
19 oktober 2001
Eerste Kamer
Rek.nr. R00/168HR
AP
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. E.S. Florijn,
t e g e n
[De moeder], wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Baetsen,
in welke procedure belanghebbende is:
DE STICHTING JEUGDZORG DEN HAAG / ZUID-HOLLAND NOORD, gevestigd te Voorburg,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 15 april 1999 ter griffie van het Kantongerecht te 's-Gravenhage ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - zich gewend tot de Kantonrechter aldaar en verzocht bij beschikking voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te bepalen dat:
1. de vader alleen belast zal worden met de uitoefening van het gezag over de minderjarigen:
i. [kind 1], geboren op 21 oktober 1993 te [geboorteplaats];
ii. [kind 2], geboren op 26 mei 1995 te [geboorteplaats];
2. de vader gerechtigd zal zijn tot vrije omgang met voornoemde minderjarigen gedurende één weekeinde per veertien dagen.
De moeder heeft het verzoek bestreden.
De Kantonrechter heeft bij beschikking van 19 januari 2000 de vorderingen afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 18 oktober 2000 heeft de Rechtbank de beschikking bekrachtigd.
De beschikking van de Rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de Rechtbank heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H.J. Mijnssen als voorzitter en de raadsheren R. Herrmann, C.H.M. Jansen, J.B. Fleers en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 19 oktober 2001.