Personen- en familierecht
Hoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad, 11 januari 2002
ECLI:NL:HR:2002:AD5361 · Hoge Raad · 11 januari 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2002-ad5361
Zaakgegevens
Op 11 januari 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 januari 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R01/039HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. J. van Duijvendijk-Brand
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2002:AD5361
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 11 januari 2002deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2002:AD5361
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 januari 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AD5361
Uitspraak
11 januari 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/039HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, gevestigd te Utrecht,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 3 augustus 1999 ter griffie van de Rechtbank te Zwolle ingediend verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: RvdK - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - uit het ouderlijk gezag over de minderjarigen
- [kind 1] geboren op 29 juli 1993 te [geboorteplaats]
- [kind 2] geboren op 16 juni 1997 te [geboorteplaats] te ontzetten.
De vader heeft het verzoek bestreden ter mondelinge behandeling van het verzoek.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 17 november 1999 de vader ontzet uit het ouderlijk gezag over voornoemde minderjarigen.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 11 januari 2001 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De RvdK heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.E.M. van der Putt-Lauwers, als voorzitter, H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 11 januari 2002.