Personen- en familierecht
Hoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad, 9 augustus 2002
ECLI:NL:HR:2002:AE2511 · Hoge Raad · 9 augustus 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2002-ae2511
Zaakgegevens
Op 9 augustus 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 augustus 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R02/004HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.T.R.F Carli, mr. E. van Staden ten Brink
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2002:AE2511
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Uitspraak · 2001
ECLI:NL:GHAMS:2001:AP8489Hoge Raad · 9 augustus 2002deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2002:AE2511
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 augustus 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AE2511
Uitspraak
9 augustus 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R02/004HR
WS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
[De vrouw], wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 10 november 1999 ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
A. echtscheiding tussen hem en verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - uit te spreken;
B. een omgangsregeling tussen hem en de minderjarige kinderen [de zoon] en [de dochter] te bepalen zoals in het verzoekschrift is omschreven.
De vrouw heeft een verweerschrift ingediend en voor zover in cassatie van belang zelfstandig verzocht de man te veroordelen tot betaling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen tot een bedrag van ƒ 250,-- per kind en per maand en voor haar levensonderhoud een bijdrage van ƒ 1.500,-- per maand.
De man heeft het alimentatieverzoek van de vrouw bestreden.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 5 juli 2000 echtscheiding tussen partijen uitgesproken en het verzoek van de vrouw tot vaststelling van een bijdrage voor haarzelf en voor haar kinderen zoals verzocht toegewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man wat de beslissing omtrent de alimentatie voor de vrouw betreft hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 8 november 2001 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep voor zover aan zijn oordeel onderworpen bekrachtigd.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer O. de Savornin Lohman op 9 augustus 2002.