Personen- en familierecht
Hoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad, 4 oktober 2002
ECLI:NL:HR:2002:AE4549 · Hoge Raad · 4 oktober 2002
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2002-ae4549
Zaakgegevens
Op 4 oktober 2002 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 oktober 2002
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R01/133HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.B Baumgarten, mr. F. van Gelein Vitringa
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2002:AE4549
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 4 oktober 2002deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2002:AE4549
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 4 oktober 2002
ECLI:NL:PHR:2002:AE4549
Uitspraak
4 oktober 2002
Eerste Kamer
Rek.nr. R01/133HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker], in zijn hoedanigheid van (gewezen) provisioneel bewindvoerder van [verweerster], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. A.B. Baumgarten,
t e g e n
[Verweerster], voor zich alsmede met toestemming van [betrokkene 1], in zijn hoedanigheid van curator van [verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. F. van Gelein Vitringa.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 12 juni 2001 ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam ingekomen verzoekschrift heeft [betrokkene 2], wonende te [woonplaats], een vijfdegraads familielid en zoon van een vooroverleden neef van verweerster in cassatie - verder te noemen: [verweerster] - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht [verweerster] onder curatele te stellen en voorts - in afwachting van de beslissing op dit verzoek - een provisioneel bewindvoerder over de goederen van [verweerster] te benoemen.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 18 juli 2001 verzoeker tot cassatie - verder te noemen: [verzoeker] - met ingang van de datum van deze beschikking benoemd tot provisioneel bewindvoerder over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [verweerster].
Tegen deze beschikking heeft [verweerster] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 22 november 2001 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep vernietigd, het inleidend verzoek, voorzover aan 's Hofs oordeel onderworpen, alsnog afgewezen, en tevens het meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster] heeft verzocht [verzoeker] niet-ontvankelijk te verklaren in zijn cassatieberoep, althans dit beroep in cassatie te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal in buitengewone dienst J.K. Moltmaker strekt tot niet-ontvankelijk-verklaring van [verzoeker] in zijn beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, A.G. Pos en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 4 oktober 2002.