Personen- en familierecht
Hoge Raad · Cassatie · Personen- en familierecht
Hoge Raad, 25 april 2003
ECLI:NL:HR:2003:AF5550 · Hoge Raad · 25 april 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2003-af5550
Zaakgegevens
Op 25 april 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 april 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R02/067HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. W.F.A.A.A.M van de Pol, mr. J. van Duijvendijk-Brand
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AF5550
Samenvatting
Voor deze uitspraak is nog geen samenvatting beschikbaar.
Procesgang
Hoge Raad · 25 april 2003deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2003:AF5550
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 25 april 2003
ECLI:NL:PHR:2003:AF5550
Uitspraak
25 april 2003
Eerste Kamer
Rek.nr. R02/067HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. W.F.A.A.A.M. van de Pol,
t e g e n
[Verweerster], wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 29 januari 2001 ter griffie van de Rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht de door verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - voor de, uit het inmiddels door echtscheiding tussen partijen ontbonden huwelijk, op 11 december 1986 geboren minderjarige [dochter] te betalen bijdrage in de kosten van haar verzorging en opvoeding met ingang van 1 juli 2000 te bepalen op ƒ 350,-- per maand, althans op een zodanig bedrag en met zodanige datum van ingang als de Rechtbank juist acht.
De vader heeft het verzoek bestreden.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 7 augustus 2001 het verzoek van de moeder toegewezen.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 29 mei 2002 heeft het Hof de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, bekrachtigd.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren J.B. Fleers, als voorzitter, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 25 april 2003.