Personen- en familierecht
11 juli 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/082HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Hoge Raad, 11 juli 2003
ECLI:NL:HR:2003:AF8276 · Hoge Raad · 11 juli 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2003-af8276
Zaakgegevens
Op 11 juli 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 juli 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R02/082HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. P Garretsen, mr. M.G. Ligthart
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AF8276
Samenvatting
11 juli 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R02/082HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man],
wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. M.G. Ligthart. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Procesgang
Hoge Raad · 11 juli 2003deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2003:AF8276
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 juli 2003
ECLI:NL:PHR:2003:AF8276
Uitspraak
11 juli 2003
Eerste Kamer
Rek.nr. R02/082HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.G. Ligthart.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 7 mei 2001 ter griffie van de Rechtbank te Amsterdam ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht bij beschikking de door hem aan verweerster in cassatie - verder te noemen : de vrouw - te betalen uitkering tot haar levensonderhoud met ingang van 1 januari 2000 te verlagen tot nihil, althans tot een zodanig bedrag en met ingang van een zodanige datum als de Rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren.
De vrouw heeft het verzoek gemotiveerd bestreden.
De Rechtbank heeft bij beschikking van 23 januari 2002 het verzoek afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 18 juli 2002 heeft het Hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het Hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het Hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 11 juli 2003.