Personen- en familierecht
31 oktober 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/035HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Hoge Raad, 31 oktober 2003
ECLI:NL:HR:2003:AK8446 · Hoge Raad · 31 oktober 2003
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2003-ak8446
Zaakgegevens
Op 31 oktober 2003 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 31 oktober 2003
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R03/035HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. H.J.W Alt, mr. K. Aantjes
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2003:AK8446
Samenvatting
31 oktober 2003 Eerste Kamer Rek.nr. R03/035HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. H.J.W. Alt, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. K. Aantjes. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Procesgang
Hoge Raad · 31 oktober 2003deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2003:AK8446
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 31 oktober 2003
ECLI:NL:PHR:2003:AK8446
Uitspraak
31 oktober 2003
Eerste Kamer
Rek.nr. R03/035HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. H.J.W. Alt,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Aantjes.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 24 oktober 2000 ter griffie van de rechtbank te Alkmaar ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en verzocht de bij beschikkingen van de rechtbank te Haarlem van 23 december 1997 en het gerechtshof te Amsterdam van 21 september 2000 vastgestelde uitkering tot levensonderhoud van verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - te verlagen tot ƒ 145,-- per maand over de periode van 10 maart 1998 tot 1 januari 1999 en tot ƒ 525,-- per maand vanaf 1 januari 1999, althans een door de rechtbank vast te stellen bedrag en datum.
De vrouw heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 4 april 2001 zowel het verzoek voor zover gericht tegen de beschikking van de rechtbank te Haarlem als het verzoek voor zover gericht tegen de beschikking van het gerechtshof te Amsterdam afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij beschikking van 5 december 2002 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en A.M.J. van Buchem-Spapens, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 31 oktober 2003.