Personen- en familierecht
1 oktober 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/118HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Hoge Raad, 1 oktober 2004
ECLI:NL:HR:2004:AP2680 · Hoge Raad · 1 oktober 2004
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2004-ap2680
Zaakgegevens
Op 1 oktober 2004 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2004
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R03/118HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J van Duijvendijk-Brand, mr. R.T.R.F Carli, mr. P. Garretsen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2004:AP2680
Samenvatting
1 oktober 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/118HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], Oostenrijk, VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n 1. Mr. Marcus Johannes Antonius OORTMAN, in zijn hoedanigheid van bijzonder curator van [de zoon], kantoorhoudende te Hengelo, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. R.T.R.F. Carli, e n 2. [De moeder], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. P. Garretsen. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Procesgang
Hoge Raad · 1 oktober 2004deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2004:AP2680
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 1 oktober 2004
ECLI:NL:PHR:2004:AP2680
Uitspraak
1 oktober 2004
Eerste Kamer
Rek.nr. R03/118HR
JMH/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats], Oostenrijk,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
t e g e n
1. Mr. Marcus Johannes Antonius OORTMAN, in zijn hoedanigheid van bijzonder curator van [de zoon],
kantoorhoudende te Hengelo,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
e n
2. [De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 13 februari 2002 ter griffie van de rechtbank te Almelo ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en verzocht de erkenning door de man van [de zoon], hierna: [de zoon], te vernietigen.
Bij beschikking van 11 maart 2002 heeft de rechtbank verweerder in cassatie sub 1 tot bijzonder curator over [de zoon] benoemd.
De bijzonder curator en verweerster in cassatie sub 2 - verder te noemen: de moeder - hebben het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenbeschikking van 5 juni 2002 een deskundigenonderzoek bevolen naar de bloedsamenstelling van [de zoon] en van de man door de deskundige dr. G.G. de Lange, verbonden aan het Centraal Laboratorium van de Bloedtransfusiedienst van het Nederlandse Rode Kruis te Amsterdam. Na deskundigen-bericht heeft de rechtbank bij eindbeschikking van 25 november 2002 het verzoek van de man toegewezen en de op 6 september 1995 door de man gedane erkenning van het vaderschap van [de zoon], geboren op [geboortedatum] 1991 te [geboorteplaats], vernietigd.
Tegen deze beschikking hebben de bijzonder curator en de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem.
Bij beschikking van 1 juli 2003 heeft het hof de beschikking van de rechtbank te Almelo van 25 november 2002 vernietigd en, opnieuw beschikkende, het verzoek van de man alsnog afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De bijzonder curator heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en de moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
Het middel faalt op de gronden uiteengezet in de conclusie van de Advocaat-Generaal.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 1 oktober 2004.