Personen- en familierecht
11 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/043HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Hoge Raad, 11 maart 2005
ECLI:NL:HR:2005:AR8209 · Hoge Raad · 11 maart 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2005-ar8209
Zaakgegevens
Op 11 maart 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 maart 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R04/043HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.P Dielbandhoesing, mr. H.A. Groen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2005:AR8209
Samenvatting
11 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/043HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [verzoekster], wonende te [woonplaats],VERZOEKSTER tot cassatie, advocaat: mr. R.P. Dielbandhoesing, t e g e n DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Justitie), gevestigd te 's-Gravenhage, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. H.A. Groen. 1. Het geding in feitelijke instantie...
Procesgang
Hoge Raad · 11 maart 2005deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2005:AR8209
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 11 maart 2005
ECLI:NL:PHR:2005:AR8209
Uitspraak
11 maart 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R04/043HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. R.P. Dielbandhoesing,
t e g e n
DE STAAT DER NEDERLANDEN
(Ministerie van Justitie),
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. H.A. Groen.
1. Het geding in feitelijke instantie
Met een op 12 september 2003 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - zich gewend tot die rechtbank en verzocht op de voet van art. 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) vast te stellen dat [verzoekster] over de Nederlandse nationaliteit beschikt en verweerder in cassatie - verder te noemen: de Staat - te veroordelen in de kosten van het geding.
De Staat heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 22 januari 2004 het verzoek afgewezen.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staat heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 11 maart 2005.