Personen- en familierecht
13 mei 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/041HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van…
Hoge Raad, 13 mei 2005
ECLI:NL:HR:2005:AS5952 · Hoge Raad · 13 mei 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2005-as5952
Zaakgegevens
Op 13 mei 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 mei 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R04/041HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J Groen, mr. P.S. Kamminga
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2005:AS5952
Samenvatting
13 mei 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/041HR JMH/AS Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [Verzoeker], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J. Groen, t e g e n [Verweerster], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie, advocaat: mr. P.S. Kamminga. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Procesgang
Hoge Raad · 13 mei 2005deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2005:AS5952
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 mei 2005
ECLI:NL:PHR:2005:AS5952
Uitspraak
13 mei 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R04/041HR
JMH/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[Verweerster],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 22 oktober 2002 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - zich gewend tot die rechtbank en verzocht echtscheiding tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - uit te spreken en - voor zover in cassatie nog van belang - de vader te veroordelen tot betaling van de kosten van verzorging en opvoeding van hun twee in het verzoekschrift genoemde minderjarige kinderen tot een bedrag van € 150,-- per kind en per maand.
De vader heeft het verzoek tot vaststelling van een bijdrage ten behoeve van de kinderen bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 10 maart 2003 de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en bepaald dat de vader, met ingang van de dag waarop de beschikking van echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, voor de verzorging en opvoeding van de minderjarigen aan de moeder, die de minderjarigen verzorgt en opvoedt, zal betalen een bedrag van € 17,50 per maand per kind, en de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Tegen deze beschikking heeft de moeder wat de kinderalimentatie betreft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 22 december 2003 heeft het hof de bestreden beschikking, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigd en, in zoverre opnieuw beschikkende, de door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie, met ingang van de dag dat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, bepaald op € 150,-- per maand per kind en deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft verzocht het beroep te verwerpen dan wel de vader daarin niet-ontvankelijk te verklaren.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de man heeft bij brief van 24 februari 2005 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 13 mei 2005.