Personen- en familierecht
24 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/039HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De…
Hoge Raad, 24 juni 2005
ECLI:NL:HR:2005:AT2627 · Hoge Raad · 24 juni 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2005-at2627
Zaakgegevens
Op 24 juni 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 24 juni 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R04/039HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.B.C. Kloppenburg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2005:AT2627
Samenvatting
24 juni 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R04/039HR JMH Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De zoon], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. M.B.C. Kloppenburg, t e g e n [De vader], zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. 1. Het geding in feitelijke instanties...
Procesgang
Hoge Raad · 24 juni 2005deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2005:AT2627
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 24 juni 2005
ECLI:NL:PHR:2005:AT2627
Uitspraak
24 juni 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R04/039HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De zoon],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.B.C. Kloppenburg,
t e g e n
[De vader],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 18 november 2002 ter griffie van de rechtbank te 's-Hertogenbosch ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de zoon - zich gewend tot die rechtbank en haar verzocht te bepalen dat verweerder in cassatie - verder te noemen: de vader - vanaf 1 januari 2003 met een bedrag van € 155,-- per maand, dan wel met een door de rechtbank te bepalen bedrag, bijdraagt in de kosten van het levensonderhoud van de zoon.
De vader heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 23 mei 2003 het verzoek van de zoon afgewezen.
Tegen deze beschikking heeft de zoon hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Bij beschikking van 16 december 2003 heeft het hof de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de zoon beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vader heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal C.L. de Vries Lentsch-Kostense strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de zoon heeft bij brief van 5 april 2005 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 24 juni 2005.