Personen- en familierecht
Omgangsregeling tussen biologische vader en de door hem niet-erkende minderjarige kinderen, “family life” in…
Hoge Raad, 14 oktober 2005
ECLI:NL:HR:2005:AT8250 · Hoge Raad · 14 oktober 2005
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2005-at8250
Zaakgegevens
Op 14 oktober 2005 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 oktober 2005
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R05/033HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. J Groen, mr. L. van Hoppe
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2005:AT8250
Samenvatting
Omgangsregeling tussen biologische vader en de door hem niet-erkende minderjarige kinderen, “family life” in de zin van art. 8 EVRM, nauwe persoonlijke betrekking (art. 1:377f BW), weigering omgangsregeling wegens door vader gepleegde mishandeling van moeder?, 81 RO.
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 27 november 2002
ECLI:NL:GHSGR:2002:AF2544Hoge Raad · 14 oktober 2005deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2005:AT8250
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 oktober 2005
ECLI:NL:PHR:2005:AT8250
Uitspraak
14 oktober 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/033HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. Groen,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. L. van Hoppe.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 28 december 2001 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en verzocht een omgangsregeling te treffen tussen hem en uit zijn relatie met verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - geboren twee kinderen: [kind 1] en [kind 2], respectievelijk geboren op [geboortedatum] 1996 en [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats].
De vrouw heeft het verzoek bestreden.
De rechtbank heeft bij beschikking van 19 april 2002 de man niet-ontvankelijk in zijn verzoek verklaard.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij tussenbeschikking van 27 november 2002 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd, de man ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot het treffen van een omgangsregeling tussen hem en de twee kinderen, alsmede in zijn verzoek tot het vaststellen van een informatieregeling met betrekking tot deze kinderen, een informatieregeling bepaald zoals in deze beschikking is omschreven en de raad voor de kinderbescherming om rapport en advies verzocht. Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde eindbeschikking van 8 december 2004 heeft het hof een omgangsregeling bepaald, inhoudende dat de man de kinderen een zaterdag in de veertien dagen van 10.00 tot 17.00 uur bij zich mag hebben en het meer of anders verzochte afgewezen.
Beide beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de eindbeschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 4 juli 2005 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, J.C. van Oven, W.A.M. van Schendel en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 14 oktober 2005.