Personen- en familierecht
Geschil tussen ex-echtelieden over de wijziging van de bij echtscheiding vastgestelde partner- en…
Hoge Raad, 12 mei 2006
ECLI:NL:HR:2006:AW2107 · Hoge Raad · 12 mei 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2006-aw2107
Zaakgegevens
Op 12 mei 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 12 mei 2006
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R05/117HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. A.L.Chr. M. Oomen
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AW2107
Samenvatting
Geschil tussen ex-echtelieden over de wijziging van de bij echtscheiding vastgestelde partner- en kinderalimentatie, wijziging van omstandigheden als bedoeld in art. 1:401 lid 1 BW? (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 12 mei 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AW2107
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 mei 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AW2107
Uitspraak
12 mei 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/117HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. A.L.Chr. M. Oomen,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 27 mei 2004 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot die rechtbank en verzocht de beschikking van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 januari 2004 in die zin te wijzigen dat de daarbij met ingang van 1 maart 2004 opgelegde alimentatie van € 300,-- per maand ten behoeve van het kind van partijen [het kind], geboren op [geboortedatum] 2000, en ten behoeve van verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - van € 280,-- per maand wordt gesteld op nihil dan wel op zulke bedragen als de rechtbank vermeent te behoren.
De vrouw, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, heeft geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bij beschikking van 12 oktober 2004 met wijziging van voormelde beschikking van het hof de alimentatie zowel voor het kind als voor de vrouw met ingang van 1 maart 2004 op nihil bepaald.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 8 juni 2005 heeft het hof de bestreden beschikking vernietigd en, opnieuw beschikkende, het inleidend verzoek van de man alsnog afgewezen en deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 12 mei 2006.