Personen- en familierecht
Familierecht. Verlenging van ondertoezichtstelling van minderjarige kinderen; cassatie, beroep is door het…
Hoge Raad, 30 juni 2006
ECLI:NL:HR:2006:AX3087 · Hoge Raad · 30 juni 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2006-ax3087
Zaakgegevens
Op 30 juni 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 30 juni 2006
- Datum publicatie
- 4 april 2013
- Zaaknummer
- R06/028HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. M.A.R Schuckink Kool, mr. W.B. Teunis
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AX3087
Samenvatting
Familierecht. Verlenging van ondertoezichtstelling van minderjarige kinderen; cassatie, beroep is door het verstrijken van de termijn voor maatregel niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
Procesgang
Hoge Raad · 30 juni 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AX3087
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 juni 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AX3087
Uitspraak
30 juni 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/028HR
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1] en
2. [Verzoeker 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. M.A.R. Schuckink Kool,
t e g e n
STICHTING BUREAU JEUGDZORG UTRECHT c.q. STICHTING LEGER DES HEILS WELZIJNS- EN GEZONDHEIDSZORG, werkeenheid Jeugdzorg en Reclassering,
gevestigd te Utrecht,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. W.B. Teunis.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 29 april 2005 ter griffie van de rechtbank te Utrecht ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: het LJ&R - zich gewend tot de kinderrechter aldaar en verzocht de, bij beschikking van de kinderrechter van 3 juni 2003 uitgesproken en bij beschikking van 3 juni 2004 verlengde, ondertoezichtstelling van de minderjarige kinderen [de kinderen] (hierna: de kinderen) van verzoekers tot cassatie (hierna: de ouders), te weten:
1. [kind 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
2. [kind 2], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
3. [kind 3], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
4. [kind 4], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2000,
te verlengen voor de duur van één jaar met ingang van 3 juni 2005.
Bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking van 24 juni 2005 heeft de kinderrechter de termijn waarvoor de kinderen onder toezicht zijn gesteld, verlengd met ingang van 25 juni 2005 tot 3 juni 2006 en is de uitvoering van deze maatregel opgedragen aan het LJ&R.
In het door de ouders ingesteld hoger beroep heeft het gerechtshof te Amsterdam hun verzoek tot vernietiging van de beschikking van de kinderrechter en - naar het hof heeft begrepen - tot afwijzing van het inleidende verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling, bij beschikking van 5 januari 2006 afgewezen en de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof hebben de ouders beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het LJ&R heeft een verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
De duur van de verlenging van de ondertoezichtstelling van de kinderen is door de rechtbank bij haar door de bestreden beschikking bekrachtigde beschikking bepaald op één jaar met ingang van 25 juni 2005 en eindigende op 3 juni 2006, zodat de termijn waarvoor die maatregel gold inmiddels is verstreken. Om deze reden hebben de ouders geen belang bij hun beroep, zodat zij daarin niet kunnen worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de ouders niet-ontvankelijk in hun beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 30 juni 2006.