Personen- en familierecht
Kinderalimentatie. Geschil tussen de ouders van een minderjarig kind over de vaststelling van bijdrage door…
Hoge Raad, 14 juli 2006
ECLI:NL:HR:2006:AX5382 · Hoge Raad · 14 juli 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2006-ax5382
Zaakgegevens
Op 14 juli 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 juli 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R05/133HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E van Staden ten Brink, mr. L. van Hoppe
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AX5382
Samenvatting
Kinderalimentatie. Geschil tussen de ouders van een minderjarig kind over de vaststelling van bijdrage door de vader in de kosten van diens verzorging en opvoeding; behoefte van het kind, draagkracht van de vader (81 RO).
Procesgang
Gerechtshof 's-Gravenhage · 13 juli 2005
ECLI:NL:GHSGR:2005:AT9503Hoge Raad · 14 juli 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AX5382
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 14 juli 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AX5382
Uitspraak
14 juli 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/133HR
JMH/RM
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats], Zwitserland,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. E. van Staden ten Brink,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. L. van Hoppe.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 19 november 2003 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht echtscheiding tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - uit te spreken. Voorts heeft zij, voor zover in cassatie nog van belang, ten laste van de man, uitvoerbaar bij voorraad, de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van der partijen kind [de dochter], geboren op [geboortedatum] 2002, vast te stellen op € 1.375,-- per maand.
De man heeft het verzoek tot vaststelling van de kinderalimentatie bestreden, voor zover het verzoek een bedrag van (uiteindelijk) € 525,-- per maand inclusief kosten kinderopvang te boven gaat.
De rechtbank heeft bij beschikking van 7 juni 2004 echtscheiding tussen partijen uitgesproken en bepaald dat de man met ingang van de dag waarop de beschikking van echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige aan de vrouw, die de minderjarige verzorgt en opvoedt, zal betalen een bedrag van € 525,-- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen en de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw wat de vaststelling van de kinderalimentatie betreft hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 13 juli 2005 heeft het hof de bestreden beschikking voor zover aan zijn oordeel onderworpen vernietigd en in zoverre opnieuw beschikkende de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie met ingang van 16 september 2004 bepaald op € 1.120,-- per maand, deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, A.M.J. van Buchem-Spapens en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 14 juli 2006.