Personen- en familierecht
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over vaststelling van een omgangsregeling tussen een…
Hoge Raad, 15 september 2006
ECLI:NL:HR:2006:AX6738 · Hoge Raad · 15 september 2006
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2006-ax6738
Zaakgegevens
Op 15 september 2006 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 september 2006
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R05/034HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.T.R.F. Carli
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2006:AX6738
Samenvatting
Familierecht. Geschil tussen voormalige echtelieden over vaststelling van een omgangsregeling tussen een minderjarig kind en haar vader (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 15 september 2006deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2006:AX6738
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 15 september 2006
ECLI:NL:PHR:2006:AX6738
Uitspraak
15 september 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/034HR
JMH/MK
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.T.R.F. Carli,
t e g e n
[De moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 10 april 2003 gedateerd en op 18 april 2003 ter griffie van de rechtbank te Amsterdam ingediend verzoekschrift heeft verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de vader - zich gewend tot de kinderrechter aldaar en verzocht een omgangsregeling vast te stellen tussen hem en zijn uit het inmiddels door echtscheiding ontbonden huwelijk met verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] geboren dochter [de dochter], waarbij hij gedurende een periode van drie maanden één vrijdag per veertien dagen van 11.45 uur tot 18.00 uur en na ommekomst van deze periode daarnaast één weekend per veertien dagen vanaf zaterdag 10.00 uur tot zondag 18.00 uur omgang met zijn dochter zal hebben.
De moeder heeft het verzoek bestreden.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 20 mei 2003 het verzoek van de vader afgewezen en deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Tegen deze beschikking heeft de vader hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij tussenbeschikking van 12 februari 2004 heeft het hof de raad voor de kinderbescherming te Amsterdam verzocht schriftelijk verslag en nader advies uit te brengen en bij eindbeschikking van 9 december 2004 de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
Beide beschikkingen van het hof zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de eindbeschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 15 september 2006.