Personen- en familierecht
Familierecht; internationaal privaatrecht. Geschil tussen voormalige, in het Marokkaans consulaat te Brussel…
Hoge Raad, 16 maart 2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ5685 · Hoge Raad · 16 maart 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2007-az5685
Zaakgegevens
Op 16 maart 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 16 maart 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R05/158HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. R.M van der Zwan, aanvankelijk mr. L van Hoppe
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:AZ5685
Samenvatting
Familierecht; internationaal privaatrecht. Geschil tussen voormalige, in het Marokkaans consulaat te Brussel gehuwde, echtelieden over de door de rechtbank op verzoek van de Nederlandse vrouw uitgesproken echtscheiding; internationale bevoegdheid (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 16 maart 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:AZ5685
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 maart 2007
ECLI:NL:PHR:2007:AZ5685
Uitspraak
16 maart 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/158HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.M. van der Zwan,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. L. van Hoppe, thans mr. S.M. Kingma.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 12 augustus 2003 ter griffie van de rechtbank te Leeuwarden ingekomen verzoekschrift heeft verweerster in cassatie - verder te noemen: de vrouw - zich gewend tot die rechtbank en verzocht tussen haar en verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de man - echtscheiding uit te spreken, en nevenvoorzieningen te treffen.
De man heeft geen verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bij beschikking van 21 januari 2004 tussen partijen echtscheiding uitgesproken.
Tegen deze beschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden en, voorzover in cassatie van belang, verzocht de beschikking van de rechtbank te vernietigen en, opnieuw beslissende, primair de rechtbank onbevoegd te verklaren.
Na mondelinge behandeling op 9 september 2004 heeft het hof bij beschikking 31 augustus 2005 de beschikking waarvan beroep bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 maart 2007.