Personen- en familierecht
Familierecht. Wijziging van een door de rechtbank vastgestelde omgangsregeling tussen vader en zijn, tijdens…
Hoge Raad, 9 maart 2007
ECLI:NL:HR:2007:AZ6533 · Hoge Raad · 9 maart 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2007-az6533
Zaakgegevens
Op 9 maart 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 maart 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R06/087HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. E.D. Drok
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:AZ6533
Samenvatting
Familierecht. Wijziging van een door de rechtbank vastgestelde omgangsregeling tussen vader en zijn, tijdens de affectieve relatie met de moeder geboren, minderjarige kinderen (81 RO).
Procesgang
Hoge Raad · 9 maart 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:AZ6533
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 maart 2007
ECLI:NL:PHR:2007:AZ6533
Uitspraak
9 maart 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/087HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Vader],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. E.D. Drok,
t e g e n
[Moeder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij beschikking van de rechtbank te Haarlem van 18 januari 2005 is bepaald dat de gewone verblijfplaats van de minderjarige kinderen van partijen, [kind 1] en [kind 2], bij verweerster in cassatie - verder te noemen: de moeder - zal zijn. Voorts heeft de rechtbank als omgangsregeling tussen verzoeker in cassatie - verder te noemen: de vader - en de minderjarige kinderen vastgesteld dat de kinderen drie weekeinden per vier weken omgang met de vader hebben, waarbij de moeder de kinderen op vrijdag om 18.00 uur bij de vader brengt en op zondag om 17.00 uur bij de vader ophaalt, en dat de kinderen de helft van de schoolvakanties omgang met de vader hebben, met uitzondering van de krokus- en de herfstvakantie in die zin dat de kinderen de gehele krokusvakantie omgang met de vader hebben.
Met een op 20 april 2005 ter griffie van de rechtbank te Zwolle-Lelystad ingekomen verzoekschrift heeft de moeder zich gewend tot die rechtbank en verzocht de beschikking van de rechtbank te Haarlem te wijzigen, in dier voege dat tussen de vader en de minderjarigen een omgangsregeling zal worden vastgesteld waarbij de minderjarigen een weekeinde per veertien dagen telkens vanaf vrijdag 18.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de vader verblijven.
De vader heeft verzocht de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar het verzoek, althans haar verzoek af te wijzen.
De rechtbank heeft bij beschikking van 28 juli 2005 de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.
Tegen deze beschikking heeft de moeder hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem en verzocht die beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de beschikking van de rechtbank Haarlem van 18 januari 2005 in dier voege te wijzigen dat, voor zover daarbij is beslist over de omgang tussen de vader en de kinderen tijdens de weekenden, vast te stellen dat een omgangsregeling tussen de vader en de kinderen wordt vastgesteld, waarbij de minderjarigen één weekend per veertien dagen, telkens vanaf vrijdag 18.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de vader verblijven, waarbij de moeder de kinderen zal brengen en halen, althans zodanig te beslissen als het hof juist acht, kosten rechtens.
De zaak is door het hof mondeling behandeld ter terechtzitting van 14 maart 2006. Hierbij was ook een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig. Bij beschikking van 4 april 2006 heeft het hof de beschikking waarvan beroep vernietigd en, opnieuw beschikkende, de beschikking van de rechtbank te Haarlem van 18 januari 2005 voor zover het de daarbij vastgestelde weekendregeling betreft gewijzigd en, in zoverre, als omgangsregeling tussen de vader en de kinderen vastgesteld dat de kinderen drie weekenden per veertien dagen omgang met de vader hebben van vrijdag 18.00 uur tot zondag 17.00 uur waarbij de moeder het eerste en derde weekend en de vader het tweede weekend de kinderen haalt en brengt.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vader beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De moeder heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal D.W.F. Verkade strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 maart 2007.