Personen- en familierecht
Familierecht. geschil tussen voormalige echtelieden bij verdeling van de huwelijksgemeenschap over…
Hoge Raad, 19 oktober 2007
ECLI:NL:HR:2007:BA7644 · Hoge Raad · 19 oktober 2007
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/civiel-recht/personen-en-familierecht/cassatie/ecli-nl-hr-2007-ba7644
Zaakgegevens
Op 19 oktober 2007 heeft de Hoge Raad in cassatie uitspraak gedaan in een zaak over personen- en familierecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 oktober 2007
- Datum publicatie
- 5 april 2013
- Zaaknummer
- R06/165HR
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Personen- en familierecht
- Procedure
- CassatieCassatieHet laatste rechtsmiddel: de Hoge Raad beoordeelt alleen of het recht goed is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De feiten staan dan vast.Meer uitleg
- Advocaat
- mr. C.A.J van der Meulen, mr. R.K. van der Brugge
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2007:BA7644
Samenvatting
Familierecht. geschil tussen voormalige echtelieden bij verdeling van de huwelijksgemeenschap over kostenverrekening volgens huwelijkse voorwaarden (81 RO).
Procesgang
Uitspraak · 2006
ECLI:NL:GHAMS:2006:AY7519Hoge Raad · 19 oktober 2007deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2007:BA7644
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 oktober 2007
ECLI:NL:PHR:2007:BA7644
Uitspraak
19 oktober 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/165HR
MK/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. C.A.J. van der Meulen,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. R.K. van der Brugge.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij verzoekschrift van 4 december 2003 heeft de man zich gewend tot de rechtbank Utrecht en verzocht, kort gezegd, echtscheiding tussen hem en de vrouw uit te spreken en de verdeling van de huwelijksgemeenschap te bevelen.
De vrouw heeft verweer gevoerd en zelfstandig verzocht te bepalen dat de man op basis van de huwelijksvoorwaarden aan haar een bedrag van € 156.927,--moet betalen.
Na bij tussenbeschikking van 15 december 2004 echtscheiding tussen partijen uit te hebben gesproken, heeft de rechtbank bij eindbeschikking van 5 oktober 2005, voorzover in cassatie van belang, bepaald dat de man aan de vrouw ter zake van door haar betaalde kosten van de huishouding een bedrag van € 50.149,50 moet betalen.
Tegen deze eindbeschikking heeft de man hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De vrouw heeft incidenteel hoger beroep ingesteld.
Bij beschikking van 24 augustus 2006 heeft het hof in het principale en het incidentele hoger beroep de eindbeschikking van de rechtbank, voorzover in hoger beroep van belang, vernietigd en het verzoek van de vrouw te bepalen dat de man op basis van de huwelijksvoorwaarden aan haar enig bedrag moet betalen alsnog afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.D.H. Asser op 19 oktober 2007.